Hefboomproducten – Turbo’s en Sprinters

Turbo's en Sprinters
Stride!!!! door Oscar Rethwill / CC BY

Hefboomproducten als turbo’s en sprinters kunnen worden gebruikt om te speculeren op stijgingen en dalingen van een onderliggende waarde. Aandelen, indices, valuta, obligaties, grondstoffen en beleggingsfondsen zijn voorbeelden van onderliggende waardes. Bij een turbo of sprinter investeert u slechts in een deel van de onderliggende waarde de rest wordt gefinancierd door de bank. Hoe hoger de financiering door de bank hoe hoger de hefboom. Over deze financiering rekent de bank rente. Om te voorkomen dat de koers van een turbo of sprinter negatief kan worden geldt er bij turbo’s of sprinters een stoploss, de stoploss zorgt ervoor dat het verlies nooit hoger kan oplopen dan het door u geïnvesteerde bedrag. Er kan onderscheid gemaakt tussen long en short turbo’s of sprinters. De long variant wordt gebruikt om te speculeren op een koersstijging van de onderliggende waarde, de short variant om te speculeren op een koersdaling.

Financieringsniveau

Het financieringsniveau is het bedrag wat gefinancierd wordt door de bank. Bij een turbo of sprinter long waar de onderliggende waarde een aandeel is met een waarde van 25 euro en een koers van de turbo of sprinter van 5 euro is het gedeelte dat wordt gefinancierd door de bank, het financieringsniveau, 20 euro. Over de financiering berekent de bank rente, hiermee zal na aankoop van de turbo of sprinter zal het financieringsniveau verhoogd worden. Toename van het financieringsniveau zal bij een gelijkblijvende koers van de onderliggende waarde leiden tot een vermindering van de koerst van de turbo of sprinter. Eventueel uitgekeerd dividend op de onderliggende waarde wordt verminderd op het financieringsniveau.

Bij een turbo of sprinter short leent de bank de onderliggende waarde en verkoopt deze tegen de dan geldende koers. Het financieringsniveau is de koers van de onderliggende waarde plus de koers van de turbo of sprinter. De rente over het financieringsniveau zal verminderd worden op het financieringsniveau, dit zal bij een gelijkblijvende koers van de onderliggende waarde leiden tot een lagere koers van de turbo of sprinter.

Stoploss

Om te voorkomen dat de koers van een turbo of sprinter negatief kan worden geldt er bij turbo’s of sprinters een stoploss, de stoploss zorgt ervoor dat het verlies nooit hoger kan oplopen dan het door u geïnvesteerde bedrag. De stoploss betekend dat als de koers de stoploss passeert de bank de turbo of sprinter sluit.

Bij een turbo of sprinter long verkoopt de bank de onderliggende waarde  tegen de dan geldende de koers. Indien de koers waartegen de onderliggende waarde is verkocht hoger is dan het financieringsniveau wordt het verschil tussen de koers van de onderliggende waarde en het financieringsniveau uitgekeerd aan de belegger in de turbo of sprinter. Indien de koers waartegen de onderliggende waarde lager is dan het financieringsniveau krijgt de belegger niks en is het verschil tussen de koers van de onderliggende waarde en het financieringsniveau voor rekening van de bank. Dat de koers van de onderliggende waarde lager ligt als het financieringsniveau kan zich voordoen als de koers van de onderliggende waarde flink lager opent dan de slotkoers de dag ervoor.

Bij een turbo of sprinter short koopt de bank de onderliggende waarde  tegen de dan geldende de koers. Indien de koers waartegen de onderliggende waarde is gekocht lager is dan het financieringsniveau wordt het verschil tussen de koers van de onderliggende waarde en het financieringsniveau uitgekeerd aan de belegger in de turbo of sprinter. Indien de koers waartegen de onderliggende waarde gekocht is hoger is dan het financieringsniveau krijgt de belegger niks en is het verschil tussen de koers van de onderliggende waarde en het financieringsniveau voor rekening van de bank. Dat de koers van de onderliggende waarde hoger ligt als het financieringsniveau kan zich voordoen als de koers van de onderliggende waarde flink hoger opent dan de slotkoers de dag ervoor.

Hefboom

Bij een turbo of sprinter wordt de hefboom bepaald door de koers van de onderliggende waarde te delen door de koers van de turbo of sprinter. Bij een koers van de turbo of sprinter van 5 euro en een onderliggende waarde met koers van 25 euro is de hefboom 5. Dit betekend bij een turbo of sprinter long dat als de onderliggende waarde 5% in koers stijgt de turbo of sprinter 25% stijgt. Bij een turbo of sprinter short zal een daling van de onderliggende waarde met 5% leiden tot een stijging van de turbo of sprinter met 25%.

Classic, Best of Limited/XL sprinters

Hierboven hebben we de classic turbo’s of sprinter behandeld. BEST Turbo’s of sprinter hebben een stoploss gelijk aan het financieringsniveau. Limited Turbo’s of Sprinters XL hebben een vaste afloopdatum waarbij het stoploss en financieringsniveau gelijk zijn.

Verschillen met opties

Door de hefboomwerking lijken turbo’s en sprinters op opties er zijn echter enkele duidelijke verschillen:

  • Een optie heeft een einddatum, de uitoefendatum. Turbo’s en sprinters hebben dit niet.
  • Een optie heeft geen stoploss en wordt dus niet gesloten bij een verkeerde koersbeweging.
  • Bij opties is de volatiliteit van de onderliggende waarde van belang bij de bepaling van de koers.

 

Deze publicatie is niet bedoeld als (individueel) beleggingsadvies noch als een uitnodiging of een aanbod effecten of andere financiële instrumenten te kopen of te verkopen. Besproken effecten kunnen voorkomen in de portefeuilles van de schrijver van dit artikel. Eenieder die informatie uit deze publicatie ten grondslag legt aan aan- en verkooptransacties in financiële instrumenten, doet dat op eigen risico.

 

It's only fair to share...Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on Pinterest